Veel voorkomende fouten
Voorbeeld I
Een vrouw met twee jonge kinderen en een baan wordt in haar auto van achteren aangereden. Zij houdt aan de aanrijding nek- en hoofdpijnklachten over. Door haar klachten verliest zij haar baan en heeft zij hulp nodig bij de dagelijkse opvang van haar kinderen. De neuroloog die namens haar en de wederpartij een onafhankelijke expertise uitvoert, concludeert dat er op zijn vakgebied geen blijvende invaliditeit bestaat. De wederpartij wijst wegens gebrek aan letsel als gevolg van het ongeval de vordering van de vrouw tot schadevergoeding af.
Waar het mis kan zijn gegaan >
- Was een neuroloog in deze zaak wel de juiste medisch deskundige?
- Was de vraagstelling voor de neuroloog wel adequaat, vooral ook op het gebied van het causaal (oorzakelijk) verband?
- Was de neuroloog wel gevraagd om de blijvende invaliditeit te beoordelen op basis van de zogenaamde AMA (American Medical Association) richtlijnen?
- Heeft de neuroloog bij het (trachten te) objectiveren van de klachten van de vrouw de juiste maatstaven gehanteerd?
Voorbeeld II
Een man fietst in het donker in een gat in de weg. Hij breekt zijn rug en lijdt een grote schade, zowel wegens verlies van arbeidsvermogen als op het terrein van de zelfredzaamheid. Hij spreekt de gemeente die de weg had dienen te onderhouden voor zijn schade aan. Partijen komen overeen dat de gemeente de schade zal vergoeden, maar dat wegens eigen schuld van de man 25% van zijn schade door hem zelf moet worden gedragen. De man krijgt na het ongeval een uitkering uit hoofde van de WIA en daar bovenop een uitkering uit hoofde van een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. De gemeente verrekent de opbrengsten uit deze verzekeringen met de schade en biedt aan het restant van de schade te vergoeden. De buitengerechtelijke kosten van de belangenbehartiger van de man vindt de gemeente echter te hoog, zelfs na de korting voor eigen schuld.
Waar het mis kan gaan >
- Is het (wel) redelijk dat de gemeente de voordelen uit WIA en particuliere verzekering van de te vergoeden schade aftrekt, ten eigen bate, zonder ten minste de buitengerechtelijke kosten te vergoeden?
- Is het (wel) redelijk dat de man 25% van zijn schade zelf moet dragen en de gemeente de voordelen uit WIA en particuliere verzekering aftrekt van het deel van de schade dat zij moet vergoeden?
- Als de gemeente (toch) kan profiteren van voordelen uit deze verzekeringen, is het dan niet redelijk (en verstandig) om ten minste een voorbehoud te maken indien deze voordelen in de loop der tijd zouden wegvallen?
Voorbeeld III
Een jongetje van 6 valt van een ladder bij hem thuis. Zijn vader had goed gevonden dat hij er op klom, maar was vergeten dat een paar van de hogere sporten waren doorgerot. Het jongetje breekt een enkel en een been en blijft vanwege achterstand op school door het letsel en de revalidatie een jaartje extra in groep 3 zitten. Het letsel herstelt maar de vooruitzichten ten aanzien van de enkel zijn slecht. Op latere leeftijd moet het enkelgewricht misschien worden vastgezet. Het gezin heeft een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering. Er wordt advies gevraagd aan oom Jaap, die jurist is bij een thuiszorginstelling.
Wat er mis gaat >
- Er wordt een beroep gedaan op de ongevallenverzekering maar niet op de aansprakelijkheidsverzekering. Volgens oom Jaap is er geen aansprakelijke partij anders dan de vader, maar zijn aansprakelijkheid tegenover gezinsleden zou niet gedekt zijn.
- Als na 10 jaar blijkt dat het enkelgewricht moet worden vastgezet, adviseert oom Jaap dat de vordering van vader op dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering is verjaard, ook als die wel dekking zou hebben gegeven. De verjaringstermijn onder verzekeringen is immers maar 3 jaar.
- Bij de vaststelling van de uitkering uit hoofde van de ongevallenverzekering is de slechte enkelprognose niet meegenomen. Het percentage blijvende invaliditeit werd vastgesteld op basis van de functiebeperkingen die bestonden onmiddellijk nadat de revalidatie was beëindigd en het kind kon toen de enkel nog heel behoorlijk bewegen.
- Er is onmiddellijk na het ongeval geen gespecialiseerde belangenbehartiger ingeschakeld, met kennis van zowel het letselschaderecht als het verzekeringsrecht.
Voorbeeld IV
Een man overlijdt door een medische fout. Het ziekenhuis erkent aansprakelijkheid maar betwist gemotiveerd dat de weduwe en het achtergebleven minderjarige kind door het overlijden schade lijden. Hun belangenbehartiger heeft wegens gebrek aan kennis en creativiteit moeite om het ziekenhuis te corrigeren.
Wat hij miste >
- Bij de berekening van de onderhoudsschade dient rekening te worden gehouden met de schade door vervangende opvang van het kind, daaronder begrepen schade door minder gaan werken van de weduwe.
- De hypothetische (mogelijke) carrière van de man dient bij de berekening in aanmerking te worden genomen, niet slechts de status quo in die carrière op het moment van overlijden.
- De omvang van de vaste en van de variabele lasten dient goed in kaart te worden gebracht en bovendien op juiste wijze over weduwe en kind te worden verdeeld.
- Er dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat het kind op latere leeftijd nog gaat studeren (indien daarvoor aanwijzingen bestaan)
- Een tot uitkering gekomen levensverzekering behoeft op de berekende schade niet klakkeloos in mindering te worden gebracht.
Indien deze voorbeelden herkenbaar zijn, heeft u wellicht behoefte aan een second opinion. Ook als een zaak reeds finaal gedaan is, kan er reden zijn voor het vragen van ons advies. Heeft uw belangenbehartiger misschien fouten gemaakt waardoor u niet heeft gekregen waarop u recht had? Hij kan voor de dan gemiste schadevergoeding zelf aansprakelijk zijn. Wij staan met adviezen ter zake graag voor u klaar.